Inkomstenbelastingen - Internationaal

Inwerkingtreding van het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst met het Verenigd Koninkrijk

Op 24 juni 2009 werd een Protocol ondertekend tot wijziging van de Overeenkomst tot het voorkomen van dubbele belasting van 1 juni 1987 met het Verenigd Koninkrijk. Het werd op 7 juli 2011 goedgekeurd door het federale parlement. Aangezien het evenwel ging om een gemengd verdrag, moest het ook door de gemeenschaps- en gewestelijke parlementen worden goedgekeurd. Dit Protocol is op 24 december 2012 in werking getreden (BS van 28 december 2012).

Het Protocol breidt uitdrukkelijk de werkingssfeer van de administratieve bijstand uit tussen de Belgische en de Britse belastingadministratie tot de uitwisseling van bankinlichtingen, en dit in overeenstemming met de internationale standaard ter zake.

Verschillende andere bepalingen van de Overeenkomst worden gewijzigd, met name:

  • het tarief van de bronheffing op interest wordt verminderd van 15% tot 10% en er is voorzien in vrijstellingen, inzonderheid voor interest van leningen of kredieten tussen ondernemingen
  • de privépensioenen worden uitsluitend belastbaar in de staat waaruit zij afkomstig zijn (het stelsel waarin de Overeenkomst voorziet -exclusieve belastingheffing in de woonstaat- blijft evenwel van toepassing op belastingplichtigen die vóór de uitwerking van het Protocol met pensioen gingen)
  • het Protocol stelt de belastingplichtigen in staat om een beroep te doen op een onafhankelijke arbitrage wanneer de Belgische en Britse bevoegde autoriteiten er niet in slagen om binnen een termijn van twee jaar hun geval te regelen in het kader van een regeling voor onderling overleg

Het Protocol regelt daarnaast sommige problemen die voortvloeien uit de toepassing van de bepalingen van de Overeenkomst. Bijvoorbeeld de beloningen ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig (of van een weg- of spoorvoertuig) zijn voortaan uitsluitend belastbaar in de woonstaat van de loontrekker om dubbele vrijstelling te voorkomen die het gevolg zou kunnen zijn van de gezamenlijke toepassing van de bepalingen van de Overeenkomst en van de Britse wetgeving.

Mondiaal forum inzake transparantie en uitwisseling van informatie met betrekking tot belastingaangelegenheden

Het mondiaal forum is belast met het onderzoek door gelijken (peers) van de toepassing van de internationale standaard inzake internationale uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot belastingaangelegenheden (Peer Review).

De standaard voorziet in de uitwisseling van inlichtingen die naar verwachting relevant zullen zijn voor de tenuitvoerlegging en de toepassing van de nationale belastingwetgeving. Het hengelen naar inlichtingen is niet toegestaan, maar alle inlichtingen die naar verwachting relevant zullen zijn, moeten worden verstrekt, met inbegrip van bankinlichtingen.

Het onderzoek door gelijken verloopt in twee fases. Het onderzoek van fase 1 evalueert het wettelijk en reglementair kader van de rechtsgebieden inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen, en het onderzoek van fase 2 is gefocust op de praktische uitwerking van dat kader.

Wat België betreft, heeft het onderzoek van fase 2 plaatsgehad in de loop van 2012 tot begin 2013. Deze evaluatie heeft betrekking op de beschikbaarheid van de relevante inlichtingen, de mogelijkheid van de bevoegde autoriteit om toegang te hebben tot die inlichtingen, en de mogelijkheid om die inlichtingen efficiënt uit te wisselen met de partnerlanden.

België was een van de eerste landen waarbij voor fase 2 een onderzoek werd verricht afzonderlijk van het onderzoek van fase 1. België was hier dus eigenlijk een ‘proefkonijn’. Het onderzoek had ook betrekking op domeinen die niet behoren tot de bevoegdheid van de FOD Financiën, zoals het vennootschapsrecht, de economische en financiële wetgeving, de reglementering inzake het bestrijden van witwaspraktijken enz. Het was dus noodzakelijk dat verschillende andere FOD’s, overheidsinstellingen en beroepsverenigingen actief meewerkten. De dienst BEO-AFZ heeft het hele proces voorbereid en gecoördineerd. Verschillende diensten van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit, van de Bijzondere Belastinginspectie, verschillende diensten van de FOD Economie (met inbegrip van de Kruispuntbank van Ondernemingen), de FOD Justitie, het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten, de Cel voor Financiële Informatieverwerking, de Nationale Bank van België, de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA), de Nationale Kamer van Notarissen, de orde van Franstalige en Duitstalige balies en een griffie van de Rechtbank van Koophandel hebben meegewerkt aan het evaluatieproces.

Het onderzoek vond plaats in een geest van wederzijds begrip en samenwerking. Geoordeeld werd dat de beschikbaarheid en de toegankelijkheid van de relevante inlichtingen overeenstemmen met de internationale standaard, ook wat de bankgegevens betreft sinds de inwerkingtreding van de wet van 14 april 2011. Er werden slechts drie aanbevelingen geformuleerd voor België:

  • ervoor zorgen dat alle ondertekende verdragen snel bekrachtigd worden
  • zijn netwerk van uitwisseling van inlichtingen blijven uitbreiden in overeenstemming met de standaard en dit met alle pertinente partners;
  • antwoorden op vragen om inlichtingen binnen een periode van 90 dagen volgend op de ontvangst van de vraag

België heeft zich ertoe verbonden om rekening te houden met die aanbevelingen.

Informatie omtrent de werkzaamheden van het mondiaal forum inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot belastingaangelegenheden bevindt zich op de website www.oecd.org/tax/transparency. De verslagen van de geëvalueerde landen kunnen worden ingekeken op de site www.eoi-tax.org.

Europese Unie

De groep ‘gedragscode’ werd opgericht om schadelijke fiscale maatregelen binnen de Unie te bevriezen en af te schaffen. Deze groep richt zich op de fiscale maatregelen die een merkbare invloed hebben, of kunnen hebben, op de localisatie van de economische werkzaamheden binnen de Unie. De groep heeft het onderzoek voortgezet van nieuwe fiscale maatregelen, van gewijzigde maatregelen of van vervangende maatregelen die werden voorgesteld door de lidstaten en de afhankelijke of verbonden gebieden. In 2012 werd het stelsel van de vennootschapsbelasting van Guernsey (Zero-Ten Corporate Tax Regime) en van Gibraltar (Income Tax Act 2010) als schadelijk beoordeeld en het schadelijk aspect daarvan werd verwijderd.

Volgend op besprekingen die met Liechtenstein werden aangevat om de principes van de gedragscode op dat land toe te passen, heeft Liechtenstein het schadelijk karakter van zijn fiscale maatregelen in 2012 ongedaan gemaakt. Gelijkaardige besprekingen die met Zwitserland werden gestart, vorderen langzamer.

De groep ‘gedragscode’ coördineert eveneens de fiscaliteit van de lidstaten met het doel een einde te maken aan ongelijkheden zoals de winstdelende leningen (profit participating loans,waarvoor een wijziging van de moeder-dochter richtlijn nodig is, die is gepland voor 2013), sommige hybride constructies (hybride entiteiten en hybride vaste inrichtingen) en anti-misbruikmaatregelen voor dividenden die in de EU binnenkomen. Ook over de spontane uitwisseling van inlichtingen in het geval van ‘Advance Pricing Agreements’ of van grensoverschrijdende rulings wordt hartig gediscussieerd door de groep, in samenwerking met het Joint Transfer Pricing forum en het CACT (Comité voor de administratieve samenwerking met betrekking tot belastingaangelegenheden).

Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HJEU) spreekt zich steeds vaker uit over de verenigbaarheid van de fiscale wetgeving van de lidstaten inzake directe belastingen met het gemeenschapsrecht.

In 2012 heeft het HJEU ongeveer 25 interpretatieve arresten geveld met betrekking tot zeer verschillende domeinen, zoals rechtsmisbruik, de belastingheffing van pensioenen van niet-inwoners, dividenden die worden betaald aan buitenlandse beleggingsfondsen of pensioenfondsen, grensarbeiders, anti-misbruikmaatregelen zoals artikel 54 van het WIB92, de belastingheffing van de Europese ambtenaren, de belastingheffing naar aanleiding van een zetelverplaatsing, de moeder-dochter richtlijn en de fusierichtlijn, de roerende voorheffing op dividenden die betaald worden aan moedermaatschappijen die niet-inwoner zijn, de aftrek van verliezen van vaste inrichtingen en het voorkomen van dubbele belasting van de roerende inkomsten die werden verkregen door natuurlijke personen die inwoner zijn.

Bovendien worden de coördinatie verzekerd van de antwoorden aan de Commissie bij overtredingsprocedures, van de omzetting van de richtlijnen van de Raad van de EU en van het in overeenstemming brengen van de Belgische belastingwetgeving met het Europees recht, hoofdzakelijk ten gevolge van arresten van het HJEU die ter zake werden geveld.